Bővebb ismertető
INTERNATIONAAL RUBENSCOLLOQUIUM, ANTWERPEN, 1977
TEN GELEIDE
Het wäre niet denkbaar geweest dat België, en de stad Antwerpen in het bijzonder, de vierhonderdste verjaardag van Rubens' geboorte zou liebben laten voorbijgaan zonder deze te herdenken. Zowel op het nationale, het stedelijke als het privé vlak hebben alle betrokkenen zieh ingespannen om in 1977 de bevolking een weelderige ruiker van de meest verschillende manifestaties aan te bieden, en er aldus op typisch Vlaamse wijze voor te zorgen dat deze verjaring werd gevierd door een uitbundig feest waar iedereen werd bij betrokken en waar niemand is aan ontsnapt.
Velen hebben bijgedragen tot het bereiken van dit doel, elk op zijn gebied. Het 'Nationaal Centrum voor de Plastische Künsten van de XVIde en XVIIde eeuw' heeft, voor zijn part, de gelegenheid aangegrepen om de meest vooraanstaande specialisten op het gebied van de Rubensstudie in binnen- en buitenland van 29 juni tot 1 juli samen te brengen, teneinde hen toe te laten de resultaten van hun recente opzoekingen te confronteren en aldus het Rubensonderzoek te bevorderen. Door dit Intemationaal Rubenscolloquium heeft het aansluiting gezocht met een eer-biedwaardige traditie en meer bepaald met het jubileumjaar 1877 dat, onder de impuls vooral van Belgische en Duitse geleerden, zulk een rijke oogst aan weten-schappelijke resultaten heeft opgeleverd. Het möge volstaan hier te verwijzen naar de stichting van het Rubens-Bulletijn, de publicatie van de Codex Diplomaticus Rubenianus door Max Rooses en Charles Ruelens, van Rooses' monumentale kritisch-beschrijvende ouvre-catalogus, Adolf Rosenbergs uitgave van Rubens' brieven en, 'last but not least', Jacob Burckhardts Erinnerungen an Rubens. Van de blijvende belangstelling voor Rubens vanwege de Duitse geleerden getuigen de namen van Wilhelm von Bode, Gustav Glück, Rudolf Oldenbourg, Hans Kauffmann, Hans Evers en vooral van Ludwig Burchard, die de fakkel hebben overgenomen van hun grote voorgangers uit de tachtiger- en negentiger jaren. Na hen heeft de Rubensstudie zieh in zulke grote mate gediversifieerd en geografisch zo verspreid, dat ze een universeel karakter heeft verworven. Niet enkel werd voor een rijke oogst aan publicaties op allerlei gebied gezorgd, doch bovendien werd het goede zaad zo breed uitgezaaid dat, zonder overdrijving, mag worden beweerd dat er nooit voorheen zulk een belangstelling voor het Rubensonderzoek onder de jongere generaties is geweest als nu.
Zulks möge onder meer blijken uit de overvloed van voorstellen voor lezingen die wij, als gevolg aan onze oproep, mochten ontvangen. Gebonden door de beschikbare tijd, zijn wij noodgedwongen moeten overgaan tot een selectie, wel beseffend dat wij hierdoor heel wat interessante mededelingen hebben moeten derven.