Bővebb ismertető
De geharnaste kat
Maandagsg april 1983
Hij had er beter aan gedaan van al zijn zinnen uitsluitend de reuk en de smaak te vertrouwen, en dan nog alleen voor zover ze hem zijn eigen verrotting lieten ruiken en proeven: wat zijn oor ving was onherkenbaar vervormd door de angst, onder zijn aan-raking kregen de dingen onmiddellijk een andere huid, terwijl zijn ogen 00k wijd open niet veel anders meer zagen dan het schouwspel dat zijn vergiftigde brein voor zichzelf opvoerde.
'Weg daar. Weg, zeg ik.'
De eerste verschafte zieh toegang via het souterrainluik, de tweede door met een koevoet de voordeur te forceren, waarna een derde en een vierde zieh längs een touw neerlieten in de luchtkoker waar de slaapkamerramen op uitkeken. 'Ksstt don-der op! Laat me met rust.'
Nee, het was geen droom. Hij droomde niet. Hij sliep niet. Hij was pijnlijk wakker. Hij hoorde ze het huis binnen dringen, de een na de ander, 00k wel met groepjes tegelijk, maar kon ze met zijn gehoor al gauw niet meer volgen. Elke keer raakte hij het spoor van geluiden bijster, en dan was het weer stil - tot op-nieuw ergens een raam uit de sponningen werd gelicht. 'Hee, juUie daar. Wegwezen.'
Niet de kater meteen na een wekenlang drinkgelag is de gesel van de periodieke alcoholist, maar de kater volgend op die kater, wanneer het schadelijke afval nog wat in het lichaam blijft dra-len en vooral de hersenen verziekt en verminkt alvorens te wor-
11