Bővebb ismertető
Speltip 1:
Weet waarmee je speelt
OomWalter was verdwenen. Ineens, zomaarverdwenen. Een man zo rond als een ton en zo vet als een rund leek opgelost in het niets.
En ik ijsbeerde me suf, kraakte mijn vingers en schuur-de zowat mijn nagels stuk aan mijn riem. Diep in de nacht, in een donker steegje tegenover twee opgefokte Chinezen met gespéinnen nekken. Het regende pijpen-stelen.
Vanuit de lerse pub, twee straten verderop, klónk doe-delzakmuziek en dronken gelal. Ik voelde me zo wazig als een junk zonder dope en hoop.
Zweet vermengd met water droop van mijn vermoeide kop. Met een doodse blik staarde ik even naar mijn rech-terarm. Niets te zien, maar hij jeukte als de tering. Ik kneep, krabde mijn arm. De steken de pijn het voelde allemaal zo verdomd vreemd aan. Mijn hoofd sloeg totaal op hol. Hadden ze me te pakkén? Wie had me eigenlijk te pakkén?