Bővebb ismertető
Voorwoord
Tot een paar jaar geleden heeft mijn vader nooit gesproken over wat hij in de oorlog heeft meegemaakt. Toch heeft me dat sinds mijn kinderjaren nooit losgelaten: door dit boek, dat ik op twaalfjarige leeftijd stiekem uit een hoek van de boe-kenkast plukte, ervoer ik waarom er in onze familie geen grootouders van vaderskant waren en waarom mijn vader over zijn familie zwijgt. Het boek ontsloot voor mij een deel van mijn identiteit. Hij wist - ik wist - maar we hebben er niet over gesproken. Misschien heb ik daarom nooit beseft dat dit boek ook voor andere mensen van belang zou kunnen zijn. Daarop maakte mijn vriend Wolf Biermann mij attent, aan wie ik het verhaal van mijn vader vertelde. Ik woon al vele jaren in Duitsland en ik maak steeds weer de pijnlijke sprakeloosheid mee tussen joden en Duitsers en Polen. Ik hoop dat dit boek ertoe zal bijdragen dat nog altijd open wonden dichtgaan.
Mijn vader, Wladyslaw Szpilman, is geen auteur. Hij is, zoals we in Polen zeggen: 'Een mens, in wie de muziek leeft', een pianist, een componist; hij is altijd een belangrijke inspirator van het Poolse culturele leven geweest. Aan de Berliner Akademie der Künste voltooide mijn vader zijn pianostudie bij Arthur Schnabel, en hij slaagde daar ook, onder Franz Schreker, voor zijn compositiestudies. Na de machtsovername door Hitler in 1933 ging hij terug naar Warschau en begon bij de Poolse Omroep als pianist te werken. Tot 1939 componeerde hij muziek voor een reeks bioscoopfilms, bovendien vele liederen, chansons en songs, die in die tijd zeer populair waren. AI voor de oorlog concer-