Bővebb ismertető
Voorwoord^
Europeanen kunnen zich moeilijk verplaatsen in het bestaan van Afrikaansé vrouwen. Uit Europees gezichtspunt is de Afrikaansé vrouw iemand die lijdt onder de willekeur van een door mannen gedomineerde wereld en een rechteloos bestaan leidt, kortom: iemand om medelijden mee te hebben. Dit is echter slechts een deel van de waarheid: in het prekoloniale, agrarische Afrika was de polygame leefwijze een sociaal instituut dat belangrijk was om te overleven. Pas tegenwoordig, nu de regels van deze manier van sa-menleven ook toegepast worden op de omstandigheden in groot-stedelijke agglomeraties, krijgt de polygamie iets karikaturaals.
De auteur laat een Afrikaansé vrouw uit het Kameroen van de jaren zestig aan het woord. Zij verteit in de ik-vorm over de gebor-genheid in de polygame dorpsgemeenschap van haar ouders, over het door haar vader opgelegde huwelijk, over haar teleurstelling als ze met haar echtgenoot naar de stad gaat en er daar achter komt dat de dorpsfantasieën over het rijke leven in de stad een illusie zijn: haar man die ze zo ophemelt, bezit niet eens een eigen wo-ning. Ze moet in een krappe behuizing, zonder eigen slaapkamer, in de polygame familie van de baas van haar man wonen. Ze krijgt twee kinderen, die allebei al jong overlijden. En krijgt daarvan ook nog de schuld als ze na een kort gesprek met een vreemde man van een onzedelijke levenswandel wordt beschuldigd. Het gesprek dat volgens haar volkomen onschuldig was, wordt door de familie van haar man als ernstig vergrijp opgeblazen. Doordat ze wordt be-