Bővebb ismertető
Ten geleide
'Boerse broer van Eisschot' en 'Vlaamse neef van Nescio'. Met die ver-gelijkingen probeerde Jeroen Brouwers in 1989 Richard Minne, bij de heruitgave van diens Wolfijzers en schietgeweren, enigszins te karakteri-seren voor het grote publiek.' Het literaire oeuvre van Richard Minne vertoont wat omvang, maar ook wat karakter betreft inderdaad ver-wantschap met dat van Eisschot en Nescio. Zijn gedichten vullen één verzamelbundel, zijn verhalend proza omvat zestien verhalen en een iets längere novelle, en verder publiceerde hij nog wat beschouwend proza. Zowel zijn gedichten als zijn proza kenmerken zieh door een ironie van een strikt persoonlijke soort, de vrucht van een karakter dat pendelde tussen spitse humor, eenzame melancholie en teleurgestelde bitterheid:
Mijn leven werd, o Heer, niet opgebouwd uit de overweldigende dingen waar men geschiedenis uit houwt en epopeeen doet zingen.
Ik ben, o Heer, slechts als het veer dat op twee oevers waakt, maar bij een hoge stroom te keer halfwege in nood geraakt. ('Rozenkrans')
Dat Brouwers de vergelijkingen met Eisschot en Nescio moest trekken, maakt meteen duidelijk dat Minne bij het grote publiek veel minder bekend is. Hij heeft wel een opmerkelijk trouwe schare bewonderaars onder dichters, kenners en critici-onder wie de allergrootsten. Gerard Reve gebruikte voor zijn Verzamelde gedichten (1987) een gedieht van
II