Bővebb ismertető
Hoofdstuk 1 HET BRIEFJE IN DE BONTMUTS
„Kijk eens, Bert!" riep Nan Smeets uit. „Er viel een doos van die fiets!" Ze wees naar een vierkant wit pakje dat midden op de weg lag. Een jongen op een fiets ver-dween juist om de hoek.
„Hé!" riep Bert hem na. „Wacht eens! Je hebt iets laten vallen!"
Bert en Nannie waren de twaalf jaar oude tweeling van de familie Smeets. Ze waren lang en slank met don-ker haar en donkere ogen.
Het geroep van Bert bereikte de fietser niet. Maar twee jongens, die aan de andere kant van de weg liepen, keken op. De ene was Peter Hendriks en de ander Sjaak Wesselink. Ze zaten in dezelfde klas ais Bert en Nannie. Peter en Sjaak waren niet zo geliefd omdat ze nogal eens gemene streken uithaalden.
Toen ze de doos op straat in het oog kregen, zette Peter het op een rennen. „Ik pak hem wel!" riep hij.
Maar ook Bert kwam aangesneld om de doos op te rapen, Hij was er net een fractie van een seconde eerder dan Peter.
„Hij is van mij, Bert Smeets!" schreeuwde de vechters-baas. „Ik zag hem het eerst!"
„Je zag hem niet eens tot je Bert hoorde roepen,"