Bővebb ismertető
Wij
Ik had niet veel herinneringen aan mijn moeder. Ei-genlijk kende ik haar alleen van de foto's die vader in een kistje bewaarde. Zwart-witkiekjes waren het, met een dikke, witte rand. Moeder aan het dansen. Moeder met vlechten. Moeder op biete voeten. Moeder die een bissen op haar hoofd balanceerde. Ik keek vaak naar die foto's. Er waren tijden dat ik niets anders deed.
Met vader was het hetzelfde. Hij was hele dagen bezig de foto's op het tafelkleed uit te spreiden en ze steeds weer anders te ordenen - als bij een kaartspelletje, wel tien of honderd keer. Dat het hele dagen waren, wist ik, al had ik destijds nog geen begrip van tijd. Voor mij waren er alleen tijden die ik verdragen en tijden die ik bijna niet verdragen kon.
Vader liet vingerafdnikken achter en ik veegde ze weg als ik de foto's uit het kistje haalde. Op één kiekje was hij bijzonder gesteld. Daarop zag je moeder op het veid. Ze had eten in een blikken ketel bij zieh. Haar hoofddoek was onder haar kin vastgeknoopt en haar vrije hand hield ze als een schermpje boven haar ogen. Ze droeg sandalen waarvan de banden om haar enkels waren vastgeknoopt. Niemand droeg toen sandalen, al helemaal niet op het veld. Vader gaf deze foto niet uit
i>7