Bővebb ismertető
I Ik ben een dode
Ik ben een dode nu, een lijk, ik lig op de bodem van een put. Mijn laatste adem heb ik al een tijd geleden uitgeblazen, mijn hart is allang opgehouden met kloppen, maar behalve mijn lafhartige moordenaar weet niemand wat me overkomen is. En hij, die verachtelijke schoft, heeft niets aan het toeval overgelaten. Hij heeft geluisterd of ik nog ademde, hij heeft mijn pols gevoeld, daarna heeft hij me tegen mijn borst geschopt, me naar een put gedragen en daar naar beneden gela-ten. Mijn schedel, die hij al met een steen had ingeslagen, verbrijzelde toen ik in de put viel. Mijn gezicht, voorhoofd, wangen werden ver-morzeld; mijn botten braken, mijn mond vulde zich met bloed.
Ik ben nu al vier dagen niet thuisgekomen. Mijn vrouw en kinderen zuüen wel naar me op zoek zijn. Mijn dochter zal uitgeput zijn van het huilen en voortdurend de tuinpoort in de gaten houden; aller ogen zullen op de weg, de deur gericht zijn.
Maar zou dat werkelijk zo zijn.-" Dat weet ik toch niet. Misschien zijn ze er al aan gewend, hoe vreselijk! Men is, eenmaal hier aange-land, geneigd te denken dat het leven dat men achtergelaten heeft ge-woon doorgaat, op dezelfde manier als vroeger. Voordat ik geboren werd had ik een eindeloze tijd achter me. En nu ik gestorven ben, strekt zich weer een tijd zonder grens of beperking voor me uit. Toen ik leefde dacht ik er nooit over na; ik leefde mijn leven in het licht, tussen de twee perioden van duisternis in.
Ik was gelukkig, besef ik nu. Ik was degene die de beste verluchtin-gen maakte van het hele atelier van de Sultan, er was niemand wiens bekwaamheid aan de mijne kon tippen. Met opdrachten van buiten erbij verdiende ik per maand negenhonderd zilverstukken. Dit alles maakt natuurlijk mijn dood des te onverdraaglijker.
Ik maakte alleen verluchtingen; ik verfraaide de marges van bladzij-den, omlijstte ze met kleuren, bonte bladeren, ranken, rozen, bloemen, vogels. Krullerige wölken in Chinese stijl, in elkaar vervlochten blade-
!>' i'"
' I «
II