Bővebb ismertető
Zoals de meeste grote schilders, laat ook Karel Appel zieh gemakkelljk verleiden door de slimme trucs en knappe vondsten in het werk van andere kunstenaars. "Vertel eens," schreef Kurt Schwitters ooit spottend naar een vriend "Wie kopieert Picasso dit jaar?" Wie de correspondentie van Schwitters leest, voeit achter de briijante ironie zijn sterk morele visie op de roeping van de kunstenaar. De Duitse meester -een ernstige protestant - stond duidelijk afkeurend tegenover de frivoliteit waarmee Picasso van de ene stiji naar de andere overging, zoals Don Juan van de ene vrouw naar de andere. De fundamenteel Modernistische ideeën rond het afbakenen van een stijI en methodische ontwikkeling hebben wel vaker gebotst met de schilderkunst, die van aile visuele kunsten misschien wel de meest veelzijdige is.
Schilderen is als vuurwerk: het kan allerlei richtingen uitgaan,
wanneer de .kunstenaar dat maar wil - of wanneer hij maar lets ziet in een schilderij van een ander dat hem treft: een bepaalde manier waarop het penseel gehanteerd wordt, een wonderlijk knap gevonden kleur. Waarom zou hij aan de verleiding weerstaan? Belangrijke Modernisten als Mondriaan en Kandinsky, of later misschien Barnett Newman en Donald Judd - waren eveneens vrije geesten met een grote dosis inventiviteit. Maar het lag in hun artistieke aard om hun werk tot een bepaalde conclusie te brengen, een laatste Statement te maken. Picasso vermeed de conclusie voortdurend. Hij voelde met een trefzeker instinct aan dat conclusie als een kooi zou zijn, waarin zijn energie gevangen zou worden en waarbinnen hij moeilijk nieuwe beeidende vondsten zou kunnen ontwikkelen. Zo voelde Don Juan dat ook Misschien was zijn Vrees onterecht: het zou zonder meer onfair zijn om te beweren dat Mondriaan en Judd, toen ze eenmaal hun intentie
hadden duidelijk gemaakt, geen verbazende variaties meer konden bedenken. En toch is er een verschil. Waar Mondriaan zieh, in overeenstemming met zijn aard, graag hield bij een bepaalde manier van werken en duidelijke objectieven, was Picasso een buitenbeentje, een esthetisch boekanier zonder vastomlijnde principes, met een heel andere kijk op kunst - de vrijzinnige kijk die Schwitters zo wantrouwde.
Met de komst van Karel Appel in de wereld van de schilderkunst is er wellicht een bepaalde verschuiving in het esthetische klimaat ontstaan. Zoals ik al zei, beweegt Karel Appel zieh tussen verschillende stijlen (expressionisme, folk art, neo-expressionisme). De Cobra-periode in zijn werk was kort maar belangrijk, want in tegenstelling tot het slappe realisme van die tijd, en in een cultuur die gedemoraliseerd was door de oorlog, creeerden de werken die hij in die periode