Bővebb ismertető
Het was ochtend in de woestijn. Vanaf de achterbank van de politieauto keek ik naar de zonsopkomst. De horizon was roodgekleurd en ik moest aan een oud gezegde den-ken: 'Avondlicht, haven in zicht. Morgenrood, schipper in nood'. Ik hoopte dat die spreuk geen waarheid bevatte, of althans dat hij alleen voor zeelui opging. Ik kon niet veel slecht nieuws meer hebben.
De zon begon een enorme bal te worden. Hij leek hier altijd zo groot vanwege het lage landschap met de nau-welijks opvallende heuvels en begroeiing. Vermoeid bleef ik een tijdlang kijken terwijl de goede oude Sol zich ko-kend bőven de einder verhief. Dichte golven gloeiend hete gassen. Opschietende gele vlammen die zo fel waren dat ik er niet rechtstreeks naar kon kijken. Toen ik mijn gezicht afwendde, zag ik in het vale ochtendlicht spook-achtige gedaanten bewegen. De technische recherche, de politiearts en agenten waren aan het werk. Ik wist wat ze aan het doen waren en daar dacht ik liever niet aan.