Bővebb ismertető
De Hongaarse en Nederlandse cultuurgeschiedenis heeft talloze hoofdstukken gemeenschappeiijk. Bij het aanbreken van de Níeuwe Tijd, legden zowel de humanisten, de "peregrini" van de 17e en 18eeeuw5 de rondtrekkende studenten, als de Calvinistische dominees, de hervormers uit de 19e eeuw, schrijvers, wetenschappers en mensen uit kerkelijke kring, contacten tussen beide landen. Aan het begin van de 20e eeuw strekten de betrekkingen zich ook uit tot het gebied van de beeldendeen bouwkunst. Vandaag hebben we het moment bereikt van veelzijdige en moderne culturele manifestaties over en weer. In 1986 vond in Hongarije de groots opgezette en voor een breed publiek interessante presentatie van de Nederlandse cultuur en wetenschap plaats. In juni van het jaar 1987 wordt de Hongaarse cultuur in wereldberoemde tentoonstellingsruimten, concertzalen en het nieuwe operagebouw van Amsterdam geéxposeerd. Universitaire centra, die op een rijk verleden terug kunnen blikken, zijn opnieuw de plaatsen waar Hongaarse en Nederlandse wetenschappers met elkaar van gedachten wisselen en over wetenschappelijke problemen discussiéren. In de geschiedenis van de betrekkingen tussen Nederland en Hongarije speelden allereerst de humanisten een belangrijke rol. Hier kan men de intensieve en nauwe contacten tussen Erasmus van Rotterdam en zijn Hongaarse aanhangers noemen, alsmede twee namen, namelijk die van Miklós Oláh en János Zsámboki (Joannes Sambucus). De figuur van Miklós Oláh wordt verbonden met een tragische gebeurtenis in de Hongaarse geschiedenis. Na 1526 verloor het land zijn onafhankelijkheid en viel in drie delen uiteen. De weduwe van de Hongaarse koning Lodewijk II (Lajos II), koningin Maria van Habsburg, werd heerseres over de Nederlanden. Tezamen