Bővebb ismertető
Midden-Europese Tijd i^.oi
Laat de kindertjes tot mij komén.—
Toen de eerste bom viel, smakte de luchtdruk de dode kinde-ren tegen de muur. Ze waren eergisteren in een kelder gestikt. Ze hadden hen op het kerkhof neergeiegd, omdat hmi vaders aan het front vochten en ze eerst hun moeders moesten zoeken. Ze vonden er nog maar één. Maar die was onder de puinhopen gépiét. Zo zag de vergelding erűit.
Een schoentje vloog met de hommenfontein de lucht in. Dat maakte niets uit. Het was al aan flarden. Toen de aarde die de lucht in geslingerd was weer omlaag kletterde, begon het huilen van de sirenes. Het klónk alsof een orkaan uitbrak. Honderddui-zend mensen voelden hun hart bonken. De stad stond sinds drie dagen in lichterlaaie, en sindsdien huilden de sirenes regelmatig te laat. Het was alsof ze met opzet zo werden aangezet, want tus-sen de bombardementen had men tijd nődig om te leven.
Zo hegon het.
Twee vrouwen aan de andere kant van de kerkhoftnuur Ueten him handkar in de steek en renden de straat over. Ze dachten dat het bij de kerkhofmuvir veilig was. Daarin hadden ze zich vergist.
Plotseling was er in de lucht het ronken van motorén. Een
[7]