Bővebb ismertető
Machthebbers
De Clayallee loopt voor een groot deel längs het bos. Daar komt ze me tegemoet lopen, de vrouw in het wit. Ze draagt een grote zomerhoed, waarvan de randen zachtjes op en neer bewegen, en ze heeft haar japon met stroken aan. Alles wit. Zo ziet ze erűit.
Af en toe rijdt er een autó voorbij. Ze loopt aarzelend längs de bosrand, ze kijkt me al vanuit de verte strak aan, die gaat me vast iets vragen. Ja, ze vraagt iets. Ik heb nog nooit zulke grote, doorwaadbare ogen gezien, het blauw is niet van hier, haar ogen zijn eiders.
Weet u misschien waar hier ergens de Franse gevangenis is. De Franse gevangenis? Ja, de Franse gevangenis.
Nee, de Franse gevangenis weet ik niet. Ik buig me iets naar haar toe, ze praat heel zacht. M'n man is in Franse krijgs-gevangenschap, ziet u. Het heeft met de oorlog te maken. Snel kijkt ze opzij, ze huilt heel kort, dan kijkt ze me weer vanuit de verte aan: het heeft met de oorlog te maken, m'n man is in Franse krijgsgevangenschap. Nou, hier is geen Franse gevangenis. Waar woont u eigenlijk, woont u hier in de buurt? Nee, ze wijst eerst deze kant op, dan die kant, ze aarzelt, nee, ik weet het eigenlijk niet.
Maar, nu zijn haar ogen plotseling hier, ik ben blij dat ze even hier is, bent u een Fransman? U ziet er als een Fransman uit. Ze glimlacht, ze praat minder zacht nu. Neenee, ik ben een Hollander. Oja, u bent zo groot, dat komt door de goede voeding natuurlijk. Weer een glimlach, terwijl ik allang niet