Bővebb ismertető
VOORWOORD
VRAGEN OVER HERSENEN AAN EEN OGENSCHI JNLIJK DESKUNDIGE
Ik weet heel goed dat de lezer helemaal niet zo 'n beíioefte heeft dit alles te weten, maar ik heh er ijehoefte aan hiun dit te vertellen. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
F
^ r zijn ten minste twee gigantische wetenschappelijke vraagstukken voor deze eeuw; hoe ontstond het heelal Ven hoe werken onze hersenen. Door mijn omgeving en het toeval werd ik het tweede vraagst^k ingezogen.
Ik groeide op in een gezin waar ik als kind zulke boeiende gesprekken over alle aspecten van de geneeskunde hoorde, dat ontsnappen aan dit vak onmogelijk werd. Mijn vader was een gynaecoloog die zieh voor veel zeer controversiële aspecten van de voortplanting inzette, zoals de onvruchtbaarheid van de man, kunstmatige inseminatie en de anticonceptiepil. Voortdurend kwamen er vrienden van hem längs, van wie ik later pas begreep dat dit 00k voortrekkers in hun vak waren. Van prof. dr. Dries Querido, die later de medische faculteit in Rotterdam opzette, kreeg ik zo als kind mijn eerste lessen in de endocrinologie. Toen we samen de hond uitlieten en die voor het eerst zijn poot optilde, leerde ik van Querido dat geslachtshormonen dat gedrag veroorzaken door hun werking op de hersenen. Regel-matig kwam prof. dr. Coen van Emde Boas, Nederlands eerste hoogleraar seksuologie, 's avonds met zijn vrouw bij ons längs om een glas met mijn ouders te drinken. Zijn verbalen waren.
IS ¦
' 1- .¦ i. I